Overslaan en naar de inhoud gaan

NEDERLANDSE VERENIGING VAN AMATEUR VLIEGTUIGBOUWERS

Invliegen

INLEIDING

De eerste vlucht met je net afgebouwde vliegtuig is een bijzonder moment. Na maanden of jaren bouwen is het begrijpelijk dat enthousiasme, spanning en trots een grote rol spelen. Tegelijkertijd is juist deze eerste vlucht er één waarbij extra voorzichtigheid nodig is. Het vliegtuig heeft zich immers nog niet in de praktijk bewezen en tijdens de eerste vlucht kunnen onverwachte technische problemen of vliegeigenschappen aan het licht komen.

PHTDB
Voorbereidingen eerste vlucht PH-TDB

Een goede voorbereiding en een beheerste uitvoering zijn daarom essentieel om de risico’s zoveel mogelijk te beperken. Tenzij je zelf over voldoende ervaring beschikt met het invliegen van nieuwe of ingrijpend gewijzigde vliegtuigen, adviseren wij om de eerste vlucht over te laten aan één van de ervaren invliegers van de vereniging.

KEUZE VAN HET VLIEGVELD

Zamporni airport
Vliegveld volledig ingebouwd

Kies voor de eerste vluchten een vliegveld dat voldoende veiligheidsmarges biedt. Een vliegveld dichtbij huis, of het veld waar het vliegtuig al staat, lijkt aantrekkelijk vanwege kosten en gemak, maar kan ongeschikt zijn door een korte of slechte baan, obstakels, slechts één baanrichting of moeilijke naderingen.

Tijdens een eerste vlucht kunnen onverwachte problemen optreden, ook met een nieuwe motor. Denk aan hoge temperaturen, oliedrukproblemen, vapour lock, onregelmatig lopen of andere installatieproblemen. De vlieger moet daarom gemakkelijk en snel kunnen terugkeren en zo mogelijk binnen zweefafstand van het vliegveld blijven.

Een groot vliegveld met voldoende baanlengte, een vrije omgeving en meerdere baanrichtingen heeft duidelijke voordelen. Idealiter kan het vliegtuig bij een probleem kort na de eerste lift-off vrijwel rechtuit weer landen.

Vermijd tegelijkertijd drukke vliegvelden met veel circuit- en radioverkeer. Informeer de verkeersleiding of havenmeester dat het om een eerste testvlucht gaat en dat afwijking van het normale circuit noodzakelijk kan zijn.

Vermijd ook een vliegveld waar je vanwege luchtruimbeperkingen niet ten minste 2.000 ft boven de grond kunt klimmen.

Het doel is dat het vliegtuig bij problemen snel kan terugkeren. Is er een ander geschikt vliegveld beschikbaar, probeer dan bij technische problemen niet koste wat kost naar de thuisbasis terug te keren.

Zorg dat je op het testvliegveld beschikt over een geschikte locatie waar aan het vliegtuig kan worden gewerkt en waar ruimte is voor briefings en overleg met de betrokken personen.

Nodig zo min mogelijk mensen uit voor de eerste vlucht. Toeschouwers kunnen zorgen voor afleiding en onnodige druk.

KEUZE VAN DE VLIEGER

vliegerIn de inleiding adviseren we om goed stil te staan bij de vraag of je de testvlucht(en) zelf wilt uitvoeren of hiervoor een NVAV-invlieger of een andere ervaren vlieger wilt inschakelen.

Bij die afweging zijn de volgende punten van belang:

  • Veel vlieguren als instructeur op bijvoorbeeld een PA-28 of C152 betekenen niet automatisch dat iemand geschikt is voor het invliegen van een licht staartwielvliegtuig of een snel, hoogpresterend toestel.
  • Idealiter heeft de vlieger ervaring op hetzelfde type en kan vooraf een familiarisatievlucht worden gemaakt in een ander exemplaar.
     
  • Ook een eigenaar van hetzelfde type is niet automatisch geschikt. Testvliegen vereist actuele vliegvaardigheid, vertrouwdheid met noodprocedures en het vermogen kalm te reageren wanneer meerdere problemen tegelijkertijd optreden.
     
  • De testvlieger moet bovendien technische tekortkomingen kunnen herkennen en de resultaten nauwkeurig kunnen rapporteren. Het testprogramma is niet alleen bedoeld om vast te stellen dat het vliegtuig veilig vliegt, maar ook om trim, rigging, motorinstallatie en systemen goed te beoordelen en waar nodig af te stellen.

ONDERSTEUNING OP DE GROND

Voer het testprogramma bij voorkeur niet alleen uit. Een ervaren persoon op de grond kan optreden als mentor of ‘crew chief’.

Deze persoon kan helpen met tanken, hangarwerk, gereedschap, inspecties en technische werkzaamheden na een vlucht. Ook kan hij of zij als klankbord dienen wanneer moet worden besloten of een volgende vlucht verantwoord is.
Bij een voorzorgslanding of technisch probleem is het bovendien belangrijk dat iemand die volledig op de hoogte is snel ondersteuning kan organiseren.

TESTBEMANNING

Ons advies is om tijdens de eerste testvlucht geen passagiers mee te nemen. NVAV-invliegers vliegen de eerste vlucht doorgaans liever alleen.
Wanneer is aangetoond dat het vliegtuig zich normaal gedraagt, kan het nuttig zijn een tweede bemanningslid mee te nemen, vooral wanneer deze daadwerkelijk een taak heeft binnen het testprogramma, bijvoorbeeld voor het registreren van meetgegevens of het bewaken van het testschema.
Ons advies is om plezier- en instructievluchten pas uit te voeren nadat het testprogramma is afgerond.

VERZEKERING

Voor de eerste vlucht moet de vereiste WA-verzekering en, waar van toepassing, de verzekering voor inzittenden geldig zijn. Controleer vooraf of de verzekeraar op de hoogte is van het uitvoeren van testvluchten en van de persoon die deze vluchten zal uitvoeren. Gegevens die aan de verzekeraar worden verstrekt, zoals leeftijd en vliegervaring van de vlieger, moeten correct zijn.

TESTPROGRAMMA

Voor amateurbouwluchtvaartuigen is in Nederland geen algemeen voorgeschreven standaardtestprogramma zoals dat bijvoorbeeld door de LAA wordt gebruikt.

De NVAV adviseert daarom om vrijwillig te kiezen voor een van de volgende opties:

  • Testprogramma LAA (Light Aircraft Association)

    De informatie is te vinden op de Flight Testing pagina van LAA.
    Aanbevolen zijn de volgende documenten:

    - TL1.19 Initial Testing Flying
    - Pilot Briefing First Flight
    - TL 3.22 Flight Test Schedule

    NB: In het Verenigd Koninkrijk staat het testprogramma onder supervisie van de LAA. Dat komt ook terug in de tekst van deze documenten. Bij gebruik in Nederland kunnen de onderdelen die specifiek betrekking hebben op de Britse regelgeving buiten beschouwing worden gelaten.

  • Testprogramma FAA – Advisory Circular AC 90-89C

    Link naar AC 90-89C

    AC 90-89C bevat een uitgebreid pakket aanbevelingen voor het opstellen en uitvoeren van een testprogramma voor amateurbouwvliegtuigen.

    NB: De Amerikaanse regelgeving en procedures verschillen van de Nederlandse situatie. Niet alle onderdelen van de AC zijn daarom rechtstreeks van toepassing, maar het document bevat veel bruikbare informatie voor het opzetten van een gestructureerd testprogramma.

  • Eigen testprogramma

Wanneer daar aanleiding toe is, kun je ook een eigen testprogramma samenstellen. De NVAV kan je desgewenst helpen bij het opstellen daarvan.

In alle gevallen is het belangrijk om vooraf vast te leggen wat je tijdens iedere vlucht wilt testen en de resultaten van het testprogramma goed te documenteren. Hiervoor kunnen bijvoorbeeld de formulieren uit de hierboven genoemde LAA- en FAA-documenten worden gebruikt.